Bekijk profielpagina

San Sebastián, bier, een back story en een foto van mijn hond - Nijmans Nieuwsbriefje - Editie #24

Nijmans Nieuwsbriefje
Even wat anders. Jaartje terug geschreven, op een ander moment en in een andere stemming, over een tijd die nu al eeuwen geleden lijkt

Weg
Het was rond zeven uur in de ochtend op een niet heel onfris toilet van een Shell-station aan de A27 waar ik met een tollend hoofd probeerde de vraag of het allemaal wel zo’n goed idee was van me af te duwen. Het ongemak van schijten op een snelwegtoilet versnelde het proces. Dan maar een kop koffie en een krentenbol kaas uit het koelschap, nu we er toch zijn, en door naar de landsgrens. Het beste wat de pandemie te bieden had was een acute oplossing voor het fileprobleem en nog voor acht uur begon Nederland in de binnenspiegel te verdwijnen.
De vorige avond, na alweer een dag in wat een eindeloze stroom dagen was geworden in het schemergebied tussen voorover vallen en opgeven, had ze gezegd dat ik weg moest. Ga dan naar Arthur, zei ze, verzilver die open uitnodiging en pak meteen wat zon mee. Ik had al vaak, steeds vaker, verzucht dat ik weg wilde, weg moest, alleen, offline, een blokhut met boodschappen, drank en verdere versnaperingen voor een week, ergens waar dan ook maar niet hier, thuis - maar iedere plek in Nederland waar andere mensen zijn is in het beste geval een luchtplaats in een gevangenis vanwege De Maatregelen die anderen het recht hadden gegeven om al je vrije beweging te beperken met kleine collectieve commando’s die hygiënische handelingen bevelen.
Hotels waren daarin het allerergst want die mochten wel open zijn maar alleen onder strenge voorwaarden en reken maar dat ze die serieus namen. Ergens op een compliance-vleugel van een hoofdkantoor van De HotelKeten**** in een gebouw dat zelf geen hotel is omdat het louter gecentraliseerd administratief werk doet voor De HotelKeten**** , had een werknemer of een werkgroepje van werknemers van De HotelKeten**** met de steeds maar wijzigende overheidseisen op het whiteboard zitten brainstormen hoe de regels het beste toegepast konden worden door De HotelKeten**** om de steunpakketten veilig te stellen, handhaving buiten de deur te houden, bange klanten gerust te stellen en toch aan alle gasten het gevoel te geven dat De HotelKeten**** alles in het werk stelde om hun clientèle zo gastvrij mogelijk te ontvangen en een geweldig verblijf te bieden bij De HotelKeten****, zoals u van De HotelKeten**** gewend bent.
Hier mondkapje. Daar afstand houden. Een persoon tegelijk bij de receptie. Pen ontsmetten voordat je hem gebruikt. Nee niet terug in het bakje met schone pennen maar in het bakje met schoon te maken pennen. Nee niet daarlangs we hebben looproutes aangelegd, kijk maar naar de stickers op de grond [streng meisje vreest hier haar eigen baas meer dan de volstrekt onverschillige gast] - alles tezamen een heel complex systeem om het vrij rondwarende virus mee in verwarring te brengen maar vooral mensen in het gareel te houden. 
Of andersom.
Ga naar Arthur
Ruimschoots voordat al die faux-medische waanzin de gedachte aan een weekje wegzakken onder een donsdekbed van een duur hotel kon verzieken, was het idee om in m’n eentje weg te willen niets meer een leeg kamertje in m’n kop, een piepkleine plek om eventjes terug te trekken als het emmertje vol gelopen is. Een opwelling, zoals je met je telefoon naar de plee vlucht op een verjaardag waar te veel kinderen zijn en de volwassenen te hard door elkaar praten. 
Ik hield mezelf voor de gek dat ‘ff er tussenuit’ enige verlichting zou brengen en nog droeviger was dat ik wist dat ik mezelf er mee voor de gek hield. Ik kon me niet los rukken van keuzes die ik zelf gemaakt had, ik wilde best maar het lukte gewoon niet, ik zou me eerder erdoor laten opvreten dan de overmacht te erkennen - ik ging nergens een weekje heen, zolang ik kon blijven suggereren dat ik misschien gewoon even ergens heen moest gaan om een weekje naar een witte muur te staren.
Maar toen verzon ze een list. Ze gaf me een concrete bestemming, een doel als het ware, haar suggestie was een missie en het werd zelfs bijna een bevel: Ga naar Arthur.
“OK, maar dan ga ik morgen!”, dreigde ik vastberaden in de hoop dat ze terug zou deinzen van haar eigen voorstel, opdat ik een excuus had om niet daadwerkelijk zo’n onderneming aan te hoeven want ik zou haar natuurlijk niet alleen laten, boos op mijn omstandigheden en bezorgd over mijn welzijn.
“Moet ik helpen pakken?”, smaalde ze terug, volkomen onverschillig voor mijn kennelijk zeer doorzichtige bluf om niet echt weg te hoeven. Ze kwam de volgende vroege morgen niet eens uit bed toen ik wegging. Dat de hond het daardoor ook niet opmerkte, bevestigde haar bevel: de chaos moet de deur uit, zodat de rust kan blijven liggen.
Race tegen de avondklok
Een uur na de Belgische grens ligt ook België al achter me. Geen controles bij Lille, de Fransen dreigen meer dan ze doen. Bij Antwerpen had ik weer moeten stoppen, al maanden is mijn maag van streek en bij het parkeren reed ik tegen een paal. Gewoon, vooruit inparkerend, tegen een tamelijk forse, niet te missen paal van een groot reclamebord. Twee jongens grinnikten verbaasd, ik schaamde me zoals ik mezelf altijd voor kleine stommiteiten in verlegenheid breng maar verborg het door onverschillig bij de auto weg te lopen alsof ik niks gemerkt had. Maar na het schijten onder een knipperende tl op een ranzige plee in een bordkartonnen hokje reed ik boos weg. Boos, draaierig en zonder tanken. Het parkeertikje had alleen de kentekenplaat verbogen en dat is genoeg om me tot razernij te drijven. Onredelijkheid is soms een oncontroleerbare emotie maar daarom heet het waarschijnlijk ook onredelijkheid. Cruise control op 160, er is toch geen hond op de weg.
Ik ben in geen enkele staat om te rijden maar ik wil nu niet meer stoppen tot ik in Spanje ben want in Frankrijk kom je zonder passe sanitaire geen hotel binnen, en ik heb zo’n klotepas niet. Bovendien geldt hier nog een avondklok.
Tot Bordeaux geen files - hoera corona - maar die van Bordeaux compenseert twee jaar stille wegen met een wraak. Het is benauwd, druk, iedereen op de weg is agressief en ik wurm mezelf chagrijnig via een afrit en een binnendoorweg op de gok naar betere doorstroming. Een laatste Franse Avia - noodgedwongen, niet tanken in Antwerpen breekt 1000 kilometer verder alsnog op - is er eentje uit Het Gouden Ei: nul mobiel bereik, busjes vol Karpaat-kijkende boze baardmannen, een chagrijnig bejaard wijf achter een spatscherm in de kiosk en voor de plee is een rood lint gespannen. Kapot, overstroomd, misschien ligt er een lijk - een schoonmaker kan het niet zijn in deze dorre hel vlak voor de finish. Ik koop een Magnum en twee cola’s, de broodjes brie zien er uit alsof ze zelf zijn komen lopen.
Het is tien voor avondklok als ik, veel te hard over de slingerende wegen, de grenstol Frankrijk/Baskenland passeer. Ouderwetse machines met muntvangende trechters retourneren 1- en 2 cent-muntjes die ik al jaren niet meer gezien heb en een gevoel van euforie kruipt ergens vanonder het dashboard de auto in. Ha! Frankrijk verslagen! Stik lekker in je pass sanitaire! Freedom, bitchesss!
Tollend naar de tap
Een half uur later parkeer ik op een toevallig plek voor een systeemhotel waar ik begroet word door reflecterende spatschermen en een man die me een ontsmette pen aanreikt, die na gebruik in een grote emmer verdwijnt. Onverstaanbaar Engels mompelt zich onwillig door mondkapjes, ik pak de plastic kamersleutel aan en wil eigenlijk meteen naar bed. Op de kamer heerst een stilte die me confronteert met ruim 1400 non-stop kilometers en een uitgeput gestel. Alles draait, ik gooi m’n tas op het bed en draai om, terug naar beneden waar ik een open bar meende te zien - een zeldzaam verschijnsel in deze tijden van hysterische inperkingen.
Met handen en voeten bestel ik een groot glas koud van de tap bij een klein Baskisch vrouwtje dat - net als de receptionist een half uur eerder - totaal verbaasd is om een buitenlander te zien. Er zitten vijf, zes mensen in de grote bar van het nagenoeg verlaten hotel.
Ik ga bibberend zitten, maak een foto van het grote glas bier en drop het plaatje in de redactie-Slack, waar nog niemand weet waarom ik offline was vandaag. “San Sebastián, 1400 kilometer in 15 uur.” 
Stoere praatjes voor iemand die niet kan stoppen met bewegen zonder om te vallen.
grote jongen
grote jongen
Hondje
Dood schaap, leuk voor hondje niet voor huisgenoten...
Dood schaap, leuk voor hondje niet voor huisgenoten...
...maar daarna pizza!
...maar daarna pizza!
Tolpoortje & tankstop
Ouwe Beemer bijvullen?
Steun Bart Nijman en ontvang extra nieuwsbrieven.
Vond je deze editie leuk? Ja Nee
Bart Nijman
Bart Nijman @bartnijman

Overwegingen van achter de voorpagina en de voordeur. Hondenfoto's gratis inbegrepen.

Je kunt je abonnement hier beheren
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Created with Revue by Twitter.
Het Internet, via Portugese Proxy