Bekijk profielpagina

De kelders van Jaap, een Vlaming met een vouwfiets en een foto van mijn hond - Nijmans Nieuwsbriefje - Editie #29

Nijmans Nieuwsbriefje
Goedendag! Het zomerreces van dit nieuwsbriefje is voorbij, na 28 dagen en enkele zeer bemoedigende donaties (dank! dank!) heb ik onderhand genoeg bedenktijd & aanmoediging voor een nieuw hoofdstuk in de slipperende sloop van de redactionele buy-out van het roze blog.

Het zijn nog steeds de nadagen van mei 2021, waarin ik na een overspannen vertrek uit Oostzaan op adem kwam in de Algarve van Arthur van Amerongen, om de groots & meeslepende jaren daarvoor een beetje in te laten dalen. De vorige nieuwsbrief eindigde met ons openingsbod van twee miljoen, waarvan wij vonden dat Mediahuis het aan ons mee moest geven omdat ze das Fressen (Dumpert) voor zichzelf hielden maar wel Die Moral probeerden te prediken door GeenStijl af te stoten.
Op wijnsafari door de Algarve
De wijnboerderij van het Lange Ravijn
De wijnboerderij van het Lange Ravijn
Arthur was in het voorjaar van 2021 begonnen aan zijn wijngids en het kwam hem niet slecht uit dat ie iemand met vervoer over de vloer had. Dus reden we met mijn rosérode wijnbal op wielen kris-kras door de westelijke Algarve om praatjes te maken en proefpakketten op te halen. Bij de opsmukvrije wijnboeren van Quinta do Barranco Longo in Algoz (boven) lagen de doosjes klaar en waren de praatjes kort, bij het glossy-toeristische Quinta dos Vales in Estômbar - eigendom van een Duitser met een geheimzinnig verleden - kregen we een rondleiding door wijnkelders en de mallotige beeldentuin, overdadig gevuld met beelden van dikke dames, zoenende nijlpaarden en Berlijnse beren. Je kan bij Dos Vales zelf wijn maken, trouwen en peperdure huisjes huren maar ga er vooral zelf kijken als je ooit in de buurt bent want ondanks het toeristische all-inclusive resortgevoel, smaakt de wijn er niet minder om. Zelf merlotjes en syrahs mengen tot een eigen wijnbrouwsel geeft ook een soort ambachtelijk smaakje, zeg maar. Al hadden we dankzij de groteske overdaad aan kunstige kunstkunst weinig druivennectar nodig om lacherig te worden.
En ze maken dus ook wijn
En ze maken dus ook wijn
Uit de kelders van Jaap
Het beste zijspoor op de wijnsafari was naar Quinta Rosa in Silves, waar een wijn te vinden is die de naam “Jaap” draagt. De quinta ligt op een stuk heuvelgrond met een prachtig begroeide oprijlaan vol bloesem, velden met paarden, een sinaasappelgaard en een paar hectare wijnranken - allemaal biologisch geteeld, gekweekt en tot droezeldrank verwerkt, want dat scheelt vergunningen smaakt beter.
Het was Jaap geloof ik niet helemaal duidelijk dat we zouden komen
Het was Jaap geloof ik niet helemaal duidelijk dat we zouden komen
Naamgever Jaap is een wat norsige Amsterdamse aannemer die een jaar of vijftien geleden een ruïne op een heuvel kocht, ontdekte dat er een agrarische verplichting bij de grond hoorde en toen zijn woning maar bovenop een adega bouwde. Althans, dat was zijn verhaal tijdens ons bezoek - volgens de website was wijn maken al sinds 1998 de bedoeling van Jaap, die in 2011 z'n eerste oogst bottelde. De toewijding aan zowel het onderhoud van de gronden als het wijnproces zelf maakt het officiële verhaal geloofwaardiger. Zo staan er in de kelder drie enorme Romeinse kruiken, dolia, waarin druiven fermenteren. Druiven d'r in, doekie d'r over, niks meer aan doen, maar het had Jaap een boel moeite gekost om de drie dingen te kopen en - als ik me goed herinner - ongeschonden uit Italië naar zijn heuvel bij Silves te krijgen. Dat is, als de kruiken inderdaad zo authentiek zijn als hij beweerde want aannemer Jaap ademde nogal wat Amsterdamse koopmansbranie.
Er waren bovendien wel meer dingen die Jaap moeite kostten en dat is, voordat je denkt dat je in een toeristengids beland bent, waar we van de wijn een brug kunnen slaan naar een zeker weblog.
Eén dolium, drie dolia
Eén dolium, drie dolia
Jaap had in zijn aannemerstijd wat pandjes verworven maar het werd hem naar eigen zeggen allemaal te veel gedoe met regels, vergunningen, belastingen en de Amsterdamse magniet-mentaliteit, dus trok hij naar Portugal om wijn te maken, in een terug tot levende quinta gewekte ruïne. Met horten en stoten want: “Als Nederlander in Portugal moet je gewoon opnieuw het wiel uitvinden”, aldus de website. Daar heb ik hele andere ervaringen mee (Portugezen zijn behulpzaam, zorgvuldig en uitermate correct in hun dienstverlening), op mij kwam het vooral over als de typische Nederlandse mentaliteit om zelf het wiel opnieuw uit te willen vinden, omdat het Hollandse wiel ronder, zachter en soepeler is dan alle andere wielen die al zijn uitgevonden. Nederlanders willen namelijk heel graag dingen regelen, maar minder graag dingen doen. Lekker vergaderen, daar krijg je geen vuile handen van en het is vermoeiend genoeg om toch als werk te voelen.
Enfin, Jaap vond dus zijn wiel opnieuw uit in de Portugese wijnwereld en dat heeft ie zo goed gedaan, dat hij zich luidkeels beklaagde over hoe lastig het vervolgens is om je wijn aan de man te brengen. Je moet zorgen dat je product in een lokaal concours terecht komt, waar je dan prijsjes moet winnen en voor die prijzen moet je natuurlijk ook in Portugal de juiste mensen betalen kennen. Met een paar van die bewijzen van goed contact op zak - in de vorm van enkele onderscheidingen en aanverwante aanprijzingen - verkoopt de Amsterdammer nu vooral rechtstreeks aan de (betere) restaurants in de regio. Maar niet zonder te klagen over het gebrek aan interesse vanuit Nederland voor zijn persingen.
We proefden een paar smaken, ik was meer dan aangenaam verrast (op een of andere manier had ik een wat hogere aciditeit verwacht) en toen Arthur een doosje van vijf flessen mee kreeg om te proeven voor de gids, vroeg ik ook om zo'n pakketje. Nauwgezet werd het samengesteld en nog nauwgezetter werd op een forse calculator met grote knoppen voor bijziende mensen opgeteld wat ik moest ophoesten. Zodoende wist Arthur ook meteen hoeveel Jaap bereid was in promotie te investeren. Het was heerlijk Hollands en van het drinken van de wijnen van Jaap word je bovendien lekker obstinaat. Het zijn een soort Amsterdamse kopstootjes, geperst uit Algarvaanse druiven en echt ontzettend lekker. Dat dan weer wel.
Weet je wie ook uit de kelders van Jaap...
Dos Vales, foto door @Mowikan
Dos Vales, foto door @Mowikan
Omdat de naam Jaap zo vaak viel, dacht ik terug aan mijn ‘doorbraak’ op internet, rond 2009 bij DeJaap van Bert Brussen. In het heel kort voor wie het niet (meer) weet: de VARA gebruikte leden- en belastinggeld om (toen nog werktitel) De Joop op te richten, Brussen deed een tegenzet door veel eerder en sneller met De Jaap te komen, gerund door een vrijwillige redactie met mensen van alle politieke gezindten. Mede dankzij De Jaap, thans bekend als TPO, hebben onder meer Linda Duits, Huub Bellemakers, Annabel Nanninga, Rianne Meijer, Joost Bakker, Bas Paternotte en ondergetekende een weg naar meer of minder coherente media-optredens gevonden. In die tijd leerde ik Bert kennen in Utrecht, waar we als freelancers nog een tijdje samen kantoor hielden aan het Jansveld voordat hij me in 2011 bij GeenStijl introduceerde. (Ik leerde dankzij DeJaap zelfs mijn vrouw kennen. Bertje is een verbinder.)
En toen was het dus 2018 en was ik samen met Pritt - wat mij betreft nog altijd de beste online literator van de tijdsgeest - bezig om GeenStijl zelf in handen te krijgen. Voor een stel tikgeiten betekende dat vanuit het bloggersperspectief een geweldige stunt (zelfstandig! onafhankelijk! geen corporate calculators meer!), maar ondernemerservaring hadden we zo goed als nul. Dus gingen we… het wiel opnieuw uitvinden!
Natuurlijk zou GeenStijl 3.0 geen corporate geest krijgen. Content komt voor commercie, zo min mogelijk vergaderen want dat deden we voorheen ook nooit en binnen twee dagen had ik mezelf Exact Online aangeleerd en dat zou - met wat hulp van een accountantskantoor - voldoende moeten zijn qua boekhouding. Joris von Loghausen kwam terug vanuit zijn Mediaparksluimer, de beste salesmeneer van News Media stapte mee over en we namen ook nog een uitgever met veel geldingsdrang aan boord die de boel zou gaan aansturen (zodat ik lekker kon blijven tikken). Plannen te over, bovendien, om het commerciële risico in te perken om de commerciële kansen te grijpen en verzilveren!
Maar eerst die twee meloen euro uit het Mediahuis persen, natuurlijk.
Nooit doen: GeenStijl uitleggen
Baldadigheid aan de Basisweg
Baldadigheid aan de Basisweg
Ja, dat ging dus niet bepaald soepel. Ondanks de hulp van een geweldige advocaat - type stronteigenwijs maar superzorgvuldig, met een geinig randje excentriciteit - en adviserende rugdekking van uitgeverij ReShift, die GS om het principe van persvrijheid wilden helpen, lieten de Belgen zich niet zomaar tot betaling bewegen. Onze deels door de bloggersgeest gedreven branie en deels uit onervarenheid met board rooms geboren koppigheid zal vast niet meegeholpen hebben, maar het was of Mediahuis “de titel opheffen is ook een optie” als kaart achter de hand hield en ze waren niet bereid om ook maar een cent meer te betalen dan de kosten van een opruimingsuitverkoop.
Tegelijkertijd wilden ze ook niet het bloed aan hun handen van de imagoschade die het slopen van een vrijzinnige titel met zich mee zou kunnen brengen. Want let wel, na jarenlange slepende ruzies en vetes bij TMG, met redactionele semi-revoluties en duurbetaalde interimmers die nog duurder betaald de deur gewezen moesten worden, hebben de Mediahuisbelgen saneringen tot een kunst van kousenvoeten stilte verheven. TMG is totaal ontmanteld en tot een paar kerntaken teruggebracht en daar heeft bijna niemand naar gekraaid. Ze hadden dus ook geen zin in ophef en onrust (noch het volksfeestje bij dom- en deuglinks) bij een eventuele dood van GeenStijl.
Al met al kwamen ze echter continu met te weinig cash, tot op het punt dat we na een nieuwe belediging boos het gebouw aan de Basisweg zijn uitgelopen. Behalve over het onderbieden, waren we ook gepikeerd hoe weinig besef er leek te zijn bij de TMG/Mediahuistop over hoe belangrijk wij het voortbestaan van GeenStijl vonden. Zij zaten op een rekenkundig gestuurde zakelijke koers, wij op een principiële liefdewerklijn en die twee sporen kwamen niet samen.
In een laatste poging om de impasse te doorbreken besloot ik om Marc van Geel, toenmalig CEO namens Mediahuis bij TMG, buiten alle advocaten, boekhouders en secretaresses om rechtstreeks te benaderen. Gewoon, om een biertje te gaan drinken. En om dan maar te doen wat je nooit zou moeten doen: GeenStijl uitleggen.
Een Vlaming met een vouwfiets
Van Geel is een ingenieur, geen boekhouder. Als Vlaming in de mainstream media natuurlijk zo politiek correct als een bijbelvrezer in een biechtstoel, maar niet op zo'n irrationele ‘deugen boven alles’-manier zoals zijn toenmalige evenknie in België: de vreselijke Gert Ysebaert, die een soort Peter Vandermeersch is maar dan met meer gezag. Bovendien had Van Geel zijn eigen visie op de verhoudingen en die lagen niet per se in lijn met die van opper-CEO Ysenbaert.
“Mag ik eens voorstellen om op korte termijn, getweeën en off the record, een biertje of een biefstuk te gaan nuttigen? Hoor het graag als je daar voor open staat.”
Voilà, hij ging op mijn uitnodiging in en op dinsdagavond 7 augustus 2018 zat ik bij Café Wildschut op hem te wachten. Not gonna lie: ik had geen idee waar ik een media-ingenieur van Vlaamse huize naartoe moest vragen. Ik kom nooit in die kringen. Een eigenlijk te duur restaurant? Nope, te veel ongemak voor mij en bovendien heb ik pak noch stropdas. Een gewone kroeg? Te rumoerig, wellicht, of juist te stil voor een gesprek over gevoelige zaken. Het werd de middenweg: Wildschut. De buurtkroeg van Oud-Zuid, met een matige dinerkaart maar ook een akoestiek die zo ontzettend kut is dat ze je aan de tafel naast je op zeker niet verstaan.
Stipt op tijd kwam hij aan, op een vouwfiets vanaf zijn Amsterdamse pied-à-terre. Toch een koddig aanzicht, zeker als je weet wat zijn jaarsalaris is. Hij was nog nooit in Wildschut geweest en wist niet wat ie moest eten. Ik bestelde bijna spareribs, bedacht me net op tijd wat voor onsmakelijk tafereel met vette vingers en een sausbek dat zou worden en schakelde naar saté met friet. En een glas IJwit. Hij nam precies hetzelfde en voegde me toe dat hij nog nooit een frietje met kipsaté had gegeten. Ongemak van twee kanten - gelukkig kwam het bier snel.
Na het delen van elkaars achtergronden kreeg ik boven het ongemak al snel het gevoel dat die Van Geel de kwaadste niet was en het kostte maar twee IJwit (hij hield het bij eentje) voordat ik ontketende in een monoloog van bijna een kwartier, over het belang van GeenStijl in een pluriform medialandschap dat in Nederland nauwelijks bestaat, over vrijheid van meningsuiting en hoe fundamenteel het is om soms de grenzen op te zoeken om te zorgen dat de piketpaaltjes niet steeds krapper kunnen worden geslagen, en over ons eigen plezier in het schrijven voor de roemruchte roze titel.
Geen moment viel hij me in de rede en aan het einde van mijn betoog had ik het gevoel dat hij op z'n minst met oprechte interesse geluisterd had. Lang duurde de avond niet, hij rekende af en ik was voor het donker thuis.
Een paar dagen later werden we stante pede naar de Basisweg geroepen, gesommeerd bijna. Op tafel lag een nieuw voorstel met enerzijds een vrij dwingende sluitingsdatum op zeer korte termijn maar anderzijds ook een voor ons veel redelijker bod. Nee, geen 2 miljoen, dat gingen we sowieso nooit krijgen.
Hoe hoog het wel was, mag ik contractueel niet onthullen en op een symbolische manier is die geheimhoudingsplicht de eerste echte stap in de duistere wereld van de ondernemerspolitiek. Mij interesseert het namelijk geen reedt of mensen het bedrag kennen - maar anderen denken daar anders over en daar heb ik nou eenmaal voor bij het kruisje getekend in het najaar van 2018.
Op de allerlaatste dag bij TMG gooiden we bij wijze van laatste woord zonder waarschuwing de hele site op zwart met een grote donatieknop in het midden (leverde in een etmaal bijna 50.000 piek op - lol), zelf gingen we zuipen met wat toevallige passanten, en op 1 november 2018 waren we van onszelf.
Gung Ho
Gung Ho
Later meer, tijd voor een foto van mijn hond
Foef luchten onder de airco
Foef luchten onder de airco
Te warm om op te staan voor het eten
Te warm om op te staan voor het eten
Met dank aan alle donateurs!
Normaal sluit ik altijd een beetje besmuikt af met een subtiel bedellinkje maar naar aanleiding van de laatste paar nieuwsbrieven kwamen er dermate veel (en zelfs een paar belachelijke) donaties binnen dat ik bij dezen even op wil staan, de hoed aan wil tikken en u hartelijk wil danken daarvoor. Ook in de Algarve is er inflatie en in tegenstelling tot Arthur moet ik gewoon betalen voor mijn wijn. Dus: dank!
Spoel geld weg met een druk op de spoelknop hierboven
Steun Bart Nijman en ontvang extra nieuwsbrieven.
Vond je deze editie leuk? Ja Nee
Bart Nijman
Bart Nijman @bartnijman

De ontpoldering van een Importugees die ironische distantie niet snapt en daarom 2500 kilometer verderop is gaan wonen

Je kunt je abonnement hier beheren
Klik hier om je uit te schrijven.
Als deze nieuwsbrief doorgestuurd is en je wilt je aanmelden, klik dan hier.
Created with Revue by Twitter.
Het Internet, via Portugese Proxy